Onze kerkdiensten verlopen volgens een vaste orde, de liturgie. Hieronder lichten we de verschillende elementen van onze diensten nader toe. Eerder verschenen deze stukjes in de rubriek ‘Uitgelicht’ van onze nieuwsbrief. Wekken deze korte stukje uw belangstelling? Onderaan deze pagina vindt u een aantal links die u verder brengen in de wereld van de liturgie.

Orde van dienst

Contact Abdijkerk Willem III straat 40 2552 BS Den Haag T 070-3974182 Locatiecommissie (secretariaat) Christiaan Scheen E scriba@abdijkerk.nl Koster Jolanda Hoste T 06-26414234 E koster@abdijkerk.nl Webmaster Vincent Hildebrandt E info@abdijkerk.nl Overige gegevens

Abdijkerk

Kerkdiensten
© Abdijkerk 2026
De liturgische kleuren Het tafelkleed, het kleed van de lessenaar en de stola van de voorganger – alles draagt dezelfde kleur. Die kleuren zijn niet zomaar decoratie, ze vertellen iets over de tijd van het kerkelijk jaar waarin we ons bevinden. Als je de kerk binnenkomt, zie je in één oogopslag welke toon en sfeer de dienst heeft. Groen staat voor de ‘gewone’ tijd en symboliseert hoop en groei. Paars roept ingetogenheid en waardigheid op. Wit is puur feest, en rood verwijst naar de Heilige Geest. Het kerkelijk jaar volgt twee keer dezelfde kleurwisseling: Advent (paars) – Kerst (wit) – Epifaniëntijd (groen) – Veertigdagentijd (paars) – Pasen (wit) – zomertijd en herfsttijd (groen). Rood is een uitzondering. Dat verschijnt alleen met Pinksteren en soms op Palmzondag, als de nadruk ligt op de intocht in Jeruzalem. Bij belijdenis en doop gebruiken we altijd wit, terwijl bij de bevestiging van ambtsdragers juist rood hoort. De kaarsen en de bloemen De paaskaars staat het hele jaar in de kerk en brandt bij elke dienst. Deze kaars laat zien dat Jezus altijd bij ons is en geeft hoop. Hij brandt al als we binnenkomen, als teken dat Christus ons al voorafgaat. Naast de paaskaars zijn er tafelkaarsen. Die hebben geen speciale betekenis, maar maken de dienst mooier. Door ze aan te steken, brengen we symbolisch het licht van Christus naar de tafel. Dit moment nodigt uit tot rust en bezinning. Er zijn ook kleine kaarsjes die je zelf kunt aansteken, bijvoorbeeld voor iemand die je mist of als teken van geloof en verbondenheid. Bloemen horen ook bij de dienst. Ze zijn een geschenk aan God, de gastheer van het feest dat we samen vieren. Wat mooi om ze na de dienst aan iemand door te geven die er niet bij kon zijn. Toenadering Met het ‘Onze hulp’ belijden we dat we bij elkaar zijn in naam van de Eeuwige en alles in de eredienst doen en beleven in afhankelijkheid van Hem en voor zijn aangezicht. De belofte van Gods hulp is zo het eerste dat klinkt, en vormt de koepel van de gehele kerkdienst. Het is ontleend aan Psalm 124:8 of Psalm 121:2. Deze woorden van de bemoediging gaan in één adem over in die van het gebed van toenadering, ook wel drempelgebed genoemd. Het markeert de overgang van de wereld naar de eredienst. We gaan immers als gemeente voor Gods aangezicht komen en beseffen wat het betekent God onder ogen te komen. Wie zijn wij, wie ben ik voor het aangezicht van de Heer? Voordat we de dienst in gaan, vegen we daarom als het ware onze voeten, onder erkenning van wat er allemaal misloopt in ons leven. Naast een element van schuldbelijdenis, ligt het accent in dit gebed op de inkeer en het verlangen naar de ontmoeting met God.
De eerste psalm Een rots in de liturgische branding – dat is de psalm waarmee we onze dienst beginnen. Deze psalm (ook wel introïtus- of intochtspsalm genoemd) verbeeldt onze verbondenheid met het volk Israël. Door deze eeuwenoude teksten laten we ons opnemen in de weg van God en zijn volk, zoals die zich door de geschiedenis heen heeft ontvouwd. Elke zondag van het kerkelijk jaar kent zijn eigen intochtspsalm. Ook binnen de RoomsKatholieke traditie klinken ze op dezelfde zondagen. De psalm die op een bepaalde zondag wordt gezongen, sluit doorgaans aan bij de thematiek van de lezingen. Omdat we werken met een driejarig leesrooster, past de psalm het ene jaar soms beter bij de lezing dan het andere. In protestantse kerken zingen we de psalmen op melodieën die halverwege de zestiende eeuw op initiatief van Johannes Calvijn zijn gecomponeerd. Deze melodieën zijn zo vormgegeven dat de hele gemeente de volledige psalm kan meezingen. Ze bezitten een tijdloze schoonheid en vormen een kostbaar (protestants) erfgoed waar we met recht zuinig op mogen zijn. Kyrie en gloria Een belangrijk onderdeel van de voorbereiding is de roep om ontferming over de nood van de wereld. Aan het begin van de dienst brengen we onze gedachten over wat er speelt in de wereld mee naar binnen. We leggen bij God neer waar mensen vastlopen, wat hen benauwt, en wat onze wereld uit balans brengt. Om het evenwicht te hervinden, zingen we een Glorialied - een lied dat getuigt van Gods goedheid en trouw. Geprezen zij Zijn naam: Hij is er nog steeds. Kyrie en Gloria vormen samen een geheel. In het Kyrie vragen we om Gods ontferming; in het Gloria prijzen we Hem omdat Hij naar ons omziet. Zo houden we het vol om te leven vanuit geloof, hoop en liefde. Een treffend voorbeeld van een Glorialied is lied 302: God in den hoog’ alleen zij eer. Dit lied laat zien dat het Gloria niet enkel lofprijzing is. Halverwege klinkt opnieuw de vraag om Gods ontferming. Lofprijzing en het vragen om ontferming zijn dus nauw met elkaar verbonden - ze versterken en verdiepen elkaar. Moment voor de kinderen ‘En dan mogen nu de kinderen naar voren komen…’ In elke dienst is er een moment speciaal voor de kinderen. Een interactie tussen predikant en de aanwezige kinderen. De predikant kan bijvoorbeeld een verhaaltje vertellen of een vraag stellen. Het is vaak een van de weinige momenten waarop de kinderen even écht onderdeel zijn van de eredienst. Na dit moment (en ook als er geen kinderen zijn) wordt een kaars aangestoken. Het ontwerp op de kaars is hetzelfde als dat op de Paaskaars, om de verbondenheid tussen de kinderen en de rest van de gemeente te laten zien. De kaars gaat mee naar de ruimte waar de kindernevendienst plaatsvindt. Het teken dat Christus nabij is, ook onder de kinderen. Aan het eind van de dienst komen de kinderen weer terug in de kerkzaal, om het einde van de dienst samen met de volwassenen te vieren. De kaars wordt dan weer op de tafel, bij het andere licht, geplaatst.
Het begin van de dienst - de Voorbereiding
Het Woord In de voorbereiding hebben we een beroep gedaan op Gods ontferming, en de noden van de wereld en de zorgen van ons eigen hart met Hem gedeeld. We hebben God de lof toegezongen, omdat zijn liefde en trouw geen grenzen kennen. Zo zijn we stapsgewijs voorbereid op waar het in wezen in de dienst om gaat: het Woord. Dit deel van de dienst begint met ‘de’ groet: hiermee heet de gemeente de voorganger welkom als degene die namens God het verhaal en de uitleg deelt. Vervolgens bidden we samen om inspiratie bij het lezen en bespreken van de Bijbel. Vaak klinkt dan al iets door van het thema van die zondag, of de sfeer die bij deze tijd van het jaar past. Met het ‘Amen’ geeft iedereen aan: we zijn benieuwd en open voor wat God ons wil laten zien, door de Bijbel en in het vieren samen. De lezingen In elke kerkdienst lezen we gedeelten uit de Bijbel. De keuze van deze teksten wordt bepaald aan de hand van een leesrooster. Zo’n rooster helpt ons om de Bijbel systematisch te lezen en te overdenken. Het brengt ook samenhang in de verschillende onderdelen van het kerkelijk leven: liturgie, kerkmuziek, kinderkerk, diaconaat, leerhuis, kerkblad etc. Ook ondersteunt het de beleving van het kerkelijk jaar. Daarnaast verbindt het ons met de wereldwijde kerk: in veel andere kerken – in Den Haag, elders in Nederland en wereldwijd – worden op dezelfde zondag dezelfde bijbelgedeelten gelezen. Er bestaan verschillende leesroosters. In de Abdijkerk volgen we het Oecumenisch Leesrooster. Dit is een cyclus van drie jaar, die in verschillende vormen wordt gebruikt binnen de Rooms-Katholieke Kerk, de Oud-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk. Het rooster wordt samengesteld in opdracht van de Raad van Kerken in Nederland. In de erop volgende preek probeert de voorganger de gelezen teksten uit te leggen en te duiden, en te laten zien wat ze ons vandaag de dag te zeggen hebben.
De collecte De collecte is een vast onderdeel van onze kerkdienst en betekent meer dan alleen geld inzamelen. Na de preek is het moment gekomen om te reageren op Gods Woord: God boven alles liefhebben en de naaste als jezelf. Door onze gaven te geven, laten we zien dat we deze boodschap serieus nemen. Collecteren is een concrete manier om te delen met mensen dichtbij en ver weg. Daarnaast is het ook een teken van dankbaarheid aan God voor alles wat Hij ons schenkt. Zo wordt in de collecte geloof en daad verbonden tijdens de eredienst. In de eerste kerken werden meegebrachte spullen direct uitgedeeld aan wie het nodig had. Ook het avondmaal werd gevierd met wat de gemeenteleden meebrachten. Daarom leggen de diakenen de volle collectezakken op de Tafel. De collecte in de dienst staat uiteraard voor een veel bredere ‘dienst van barmhartigheid’, denk bijv. aan de inzameling van goederen voor de voedselbank, de diaconale jaarprojecten, de klussendienst etc. De voorbeden Zowel ons geven als de voorbeden staan bewust ná de preek: ze zijn ons antwoord op Gods grote liefde en laten zien dat we willen meedoen aan Zijn missie in de wereld. Met de collecte delen we concreet met mensen in nood, en in de voorbede bidden we voor diezelfde noden. Samen vormen ze een teken van dankbaarheid, naastenliefde en geloof. Het gebed begint dan ook met dank voor alles wat wij van God ontvangen. De gebeden worden uitgesproken aan de Tafel – symbolisch leggen we onze zorgen en vragen bij God op tafel. Het is een gebed van de hele gemeente; dat blijkt bijvoorbeeld uit het gezamenlijk antwoorden met woorden als: “Heer, ontferm U.” Op zondag ligt er in de kloostergang een voorbedenboek waarin een ieder gebedspunten kan opschrijven, die de predikant vervolgens meeneemt in het gebed. Tijdens het stil gebed kan ieder in stilte zijn eigen hart volgen, waarna we samen het uit het Nieuwe Testament komende ‘Onze Vader’ bidden. De Zegen Zegenen betekent: iemand het goede toewensen, met de kracht die die wens werkelijkheid kan maken. De predikant maakt met zijn of haar handen een zegenend gebaar en legt daarmee als het ware Gods kracht – de kracht van een barmhartige en genadige God – op de gemeente. De woorden komen uit de mond van de predikant, maar het is God zelf die zegent. Meestal wordt daarbij de zegen van Aäron uitgesproken (Numeri 6:24-26: “De HEER zegene u en behoede u! De HEER doe zijn gelaat over u lichten en zij u genadig! De HEER verheffe zijn gelaat over u en geve u vrede!”) of de apostolische groet, zoals Paulus die verwoordt (2 Korintiërs 13:13; Filippenzen 4:7: “De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen”). Wanneer God zo tot ons spreekt, antwoorden wij met: “Amen” – laat het zo zijn! Dat betekent dat wij Gods zegen ontvangen én zelf tot zegen mogen zijn voor anderen.
Woord en Antwoord
De dienst van de Tafel
Geloofsbelijdenis God belooft ons liefde en trouw in het Woord. In het Credo (wat Latijn is voor ‘ik geloof’) zeggen wij datzelfde terug tegen God. Zo maken we steeds opnieuw onze keuze duidelijk voor God en tegen de duisternis. Het Credo ontstond in de 2e eeuw na Christus en is nauw verbonden met de doop. In de vroege kerk leerden volwassen doopkandidaten het uit hun hoofd als voorbereiding op de doop. Later moesten ouders het Credo kennen voor de doop van hun kinderen. Rond het jaar 1000 werd het uitspreken van het Credo een vast onderdeel van elke kerkdienst. Voorafgaande aan het avondmaal belijden we opnieuw ons geloof en bevestigen we wat we eerder al beloofden. Zo vormt het Credo de overgang tussen de dienst van het Woord en de dienst van de Tafel. Volgens een oude legende werd deze geloofsbelijdenis door de twaalf apostelen gemaakt, daarom heet deze ook wel de ‘Apostolische geloofsbelijdenis’ of ‘De Twaalf Artikelen’. De Dienst van de Tafel Het Heilig Avondmaal - of Maaltijd van de Heer - is samen met de doop een van de twee sacramenten in de Protestantse Kerk. Een sacrament is een bijzonder ritueel waarmee we iets van het geloof zichtbaar maken. Jezus zegt: ‘Neemt, eet, dit is mijn lichaam.’ Daarmee begon wat wij nu het Avondmaal noemen. De apostel Paulus zegt dat we dit steeds opnieuw moeten doen om aan Jezus te denken. Tijdens het Heilig Avondmaal hebben diakenen een belangrijke taak. Zij zorgen al sinds de begintijd van de kerk voor het inzamelen en uitdelen van gaven – geld, spullen en voedsel. Dat herinnert ons eraan dat geloven niet alleen iets is tussen ons en God, maar ook met elkaar te maken heeft. Door te ontvangen én te delen, worden we met elkaar verbonden in Christus.
Alles wat ons van God en van elkaar scheidt, verdwijnt dan even, als een voorproef op het Koninkrijk van God. Het Avondmaal is daarom ook een moment van dankbaarheid. Het tafelgebed (1) Het tafelgebed waarmee we het Avondmaal beginnen, heeft een vaste opbouw. Het start met een beurtspraak tussen voorganger en gemeente, waarin de oproep klinkt: “Verheft uw harten”, en wij antwoorden: “Wij hebben ons hart bij de Heer.” Het hart is immers de motor van ons bestaan – letterlijk, maar ook figuurlijk. Het Latijnse woord voor de tafelviering is *eucharistie*, wat ‘dankzegging’ betekent. In dit gebed danken we God en gedenken we zijn grote daden, zoals we die horen uit de Bijbel. We herinneren ons hoe in hemel en op aarde zijn lof wordt gezongen. Die dankzegging mondt uit in het Sanctus en het Benedictus, twee lofzangen. Het Sanctus is geïnspireerd op het visioen van de profeet Jesaja, die in de tempel God op zijn troon zag en wordt direct verbonden met de woorden uit Psalm 118: “Gezegend (Benedictus) is Hij die komt in de Naam van de Heer, Hosanna in den hoge”, aangeheven toen Jezus op zijn nederige ezeltje Jeruzalem binnenreed. Hosanna betekent: ‘Heer, redt ons toch’. Het tafelgebed (2) Na het Sanctus en Benedictus (de vorige keer besproken) danken we God voor de komst van Jezus, die ons de weg naar God wijst door zélf die weg te zijn. Dit gedeelte sluit af met de woorden die Jezus sprak toen Hij het Avondmaal instelde. Daarna klinkt de roep om de spoedige komst van Gods vredesrijk: Maranatha (Kom, Heer!). Vervolgens bidden we om de aanwezigheid van de Heilige Geest en spreken we samen het Onze Vader. Dat gebed, met zijn smeekbede om brood en vergeving, hoort van oudsher bij de viering van het heilig Avondmaal. Daarna volgt de vredegroet: een gebaar van toenadering en verbondenheid. Door elkaar te groeten en te zien, maken we duidelijk dat we het Avondmaal ook werkelijk sámen willen vieren. De vredegroet staat in nauwe relatie tot het Agnus Dei (Lam Gods), dat verwijst naar het gebroken lichaam en het vergoten bloed van Christus, die ons vrede brengen.
En verder…
Stiltes in de dienst Tijdens de dienst zijn er drie momenten van stilte. Iedereen beleeft die momenten op zijn eigen manier. Voor sommigen is vooral de stilte aan het begin van de dienst heel waardevol: een moment om tot rust te komen en te beseffen waar we zijn – in Gods huis. Op de Orde van Dienst staat het mooi verwoord: we openen ons hart voor God en voor wat komt. De stilte na de preek helpt om het Woord echt te laten binnenkomen. Het is ook een moment om te genieten van de rust, de ruimte, en het samenzijn in vrede. In die gedeelde stilte mag onze ziel tot rust komen. Na het dankgebed en de voorbeden is er nog een stilte, bedoeld voor persoonlijk gebed – om aan God toe te vertrouwen wat alleen ieder voor zich kan uitspreken. In al die stiltes hoort God ons gebed. Al die stiltes vormen tegelijk ook een lofzang gericht op God, zoals we lezen in Psalm 65: “De stilte zingt U toe, o Heer.” Het gebruik van de beamer Over het gebruik van een beamer in de eredienst valt veel te zeggen. In onze kerk benutten we dit apparaat vooral om de momenten van de dienst in beeld te brengen die voor mensen die meer naar achteren zitten zonder beamerbeeld niet te zien zijn: het aansteken van de kaarsen, het kindermoment, de zegen en bijvoorbeeld de liturgische schikking. Op de andere momenten gaat de beamer op zwart, zodat je niet wordt afgeleid omdat je je aandacht moet verdelen tussen scherm en voorganger of lector. De lezingen en liederen projecteren we niet. Dat is technisch ingewikkeld: er mag niets misgaan, want als het beeld niet precies op tijd wisselt, valt de gemeente letterlijk en figuurlijk stil - en dat willen we natuurlijk voorkomen. Bovendien geven een bijbeltje en een liedboek ongemerkt veel meer informatie dan een beamerbeeld, zoals de naam van de dichter en componist van een lied. Ook mis je de context op een beamer, bijvoorbeeld de verzen van een lezing of lied die niet worden gelezen of gezongen.
Muziek in de kerk Sinds het ontstaan van het christendom klinkt er muziek in de kerk. Dat de liturgie direct al tal van gezongen elementen bevatte is een erfenis van de eredienst uit de joodse synagoge. De Reformatie gaf de kerkgangers een actieve rol en voerde de gemeentezang in, vanaf de 17e eeuw met orgelbegeleiding. De uitvinding van de boekdrukkunst, de toenemende geletterdheid van de mensen en het inschakelen van schoolkinderen maakten het mogelijk om een groot repertoire aan psalmen en gezangen aan te leren. De gemeentezang vervult de rol van lofprijzing, gebed, belijdenis, verkondiging en antwoord. In haar zang bidt de gemeente tot God en belijdt ze haar geloof, door gezongen bijbelteksten verkondigt ze het Woord en in het lied reageert ze op de verkondiging door de voorganger. De instrumentale muziek (bij ons meestal het orgel) dient ter ondersteuning van de zang en heeft daarnaast een zelfstandige rol in inleidend en uitleidend orgelspel en muziek tijdens de collecte en de communie. Het licht in de eredienst Als we binnenkomen, straalt het licht van de paaskaars ons al tegemoet, want het begint allemaal met licht: Gods eerste woorden waren Er zij licht (Genesis 1). De paaskaars staat symbool voor hét Licht – beeld van de opgestane Heer – en brandt daarom altijd. Ze staat dicht bij het doopvont, als symbool van nieuw leven dat sterker is dan de dood. De kerk speelt, zowel in haar bouw als in haar liturgie, met het licht. Vroeger werden kerken naar het oosten gebouwd, zodat het ochtendlicht op het altaar viel, op de tafel. Dat geldt ook voor onze Abdijkerk, al is het koor in de 16e eeuw afgebroken en de oostwand – waar nu de preekstoel tegenaan staat – sindsdien geen ramen meer heeft. Tijdens de dienst wordt al het licht aangestoken aan de paaskaars. Het aansteken van de kaarsen op de tafel laat zien dat wij dit samenzijn aan de Heer wijden. De kinderen nemen hun eigen kaars mee als teken dat Christus ook in hun kring aanwezig is. Het ontwerp op hun kaars is hetzelfde als dat op de paaskaars, als symbool van de band tussen de kinderen en de rest van de gemeente.
Bij het schrijven van deze stukjes hebben we dankbaar gebruik gemaakt van een aantal publicaties en bronnen op internet, waarvan de de belangrijkste de website van de PKN is over de liturgie en de orde van dienst. Lezenswaardig is ook de brochure De eredienst een gang door de liturgie; een korte toelichting bij de liturgie van de eredienst, uitgaande van de lutherse traditie.
Over ons - Contact - Menu

© Abdijkerk 2026

Orde van dienst

Onze kerkdiensten verlopen volgens een vaste orde, de liturgie. In onze nieuwsbrieven hebben we de verschillende elementen van onze diensten nader toegelicht. U kunt die stukjes hier nalezen.

Samen vieren

Bij het schrijven van deze stukjes hebben we dankbaar gebruik gemaakt van een aantal publicaties en bronnen op internet, waarvan de de belangrijkste de website van de PKN is over de liturgie en de orde van diens t. Lezenswaardig is ook de brochure De eredienst een gang door de liturgie; een korte toelichting bij de liturgie van de eredienst, uitgaande van de lutherse traditie.